Baby groeit, week per week

Baby groeit, week per week

De survivaltocht begint

Baby groeit,maar eerst zijn er de eerste maanden – om maar niet te zeggen jaren – van je survivaltocht in babyland. Hieronder lees je wat je kunt verwachten bij de gemiddelde baby.
Maar jouw baby is niet gemiddeld, natuurlijk, en dus gebeuren sommige dingen misschien wat vroeger en andere wat later

Week 1

Tijdens week 1 zullen we ongetwijfeld

  • Slapen en eten, slapen en eten. En dan – kwestie van afwisseling – eten en slapen, eten en slapen. Allemaal heel belangrijk, natuurlijk, maar ook een beetje voorspelbaar en – eerlijk gezegd – niet echt opwindend. Behalve voor Baby zelf, dan.

En kunnen we

  • Focussen op objecten die 25-30 cm verwijderd zijn – zo ongeveer de afstand tot mama’s gezicht als ze borstvoeding geeft.
  • Je kleine kopstootjes geven als we comfortabel tegen je schouder leunen.
  • Ons instinctief vastklemmen als je ons snel neerlegt of bruusk beweegt – wat trouwens niet aangeraden is.

Week 2

  • Kunnen we je stem al herkennen, maar hebben we nog geen flauw idee waarover je het hebt.
  • Vallen we waarschijnlijk in slaap als je ons zachtjes wiegt. Ach, was het leven maar zo simpel.
  • Kunnen we een object volgen binnen een kleine boog in ons gezichtsveld, vooral als het om een tepel gaat.
  • Komen we zo’n 200 g per week aan, op jouw kosten. Wen er al maar aan!

Baby groeit, week per weekWeek 3

  • Bestuderen we je gezicht aandachtig als je ons vasthoudt, vooral als je lacht. Of gekke bekken trekt of je tong uitsteekt. Baby’s kennen echt het verschil niet.
  • Kijken we misschien al graag naar een mobiel die zo’n 25 cm verwijderd is en beweegt (uiteraard!).
  • Kunnen we wel eens overstuur geraken als we van arm naar arm moeten, vooral als er geen tepel aan te pas komt.

Week 4

  • Kunnen we ons hoofdje al even optillen als we op de buik liggen, maar “Jij daar: op de grond en twintig push-ups, nu!” zal nog niet veel reactie teweegbrengen.
  • Krijgen we stilaan een voedingspatroon en slapen we langer. Helaas willen we eten op elk moment van de dag en – vooral – nacht.
  • Luisteren we misschien al heel geïnteresseerd naar je stem, maar hebben we nog altijd geen idee waarover je het hebt.
  • Kunnen we al een object volgen in een redelijk grote boog zijwaarts en ook op- en neerwaarts binnen ons gezichtsveld, vooral als het om een tepel gaat, zelfs die van jou. Gebruik eens een knuffelbeer, daar geraken we niet zo van in de war.
  • Kunnen we ons hoofd een paar seconden optillen als we comfortabel tegen je schouder leunen, voor we je proberen te vloeren met een paar kopstootjes tegen je oor.
  • Kunnen we wel eens last hebben van kolieken. We huilen dan onophoudelijk, geraken overstuur en worden helemaal rood in het gezicht, maar dit is dan ook allesbehalve leuk. Je huisarts zal waarschijnlijk een kalmerend middel voorschrijven – niet voor jou, voor ons. Meer informatie vind je onder de rubriek over huilen.

Week 5

  • Kunnen we waarschijnlijk al alleen, op de tast, met onze ene hand de andere vinden, zonder de hulp van TomTom.
  • Vinden we het menselijke gezicht misschien al interessanter dan andere objecten, maar het hangt er natuurlijk van af hoe interessant dat gezicht is in vergelijking met al die andere dingen.
  • Glimlachen we misschien al naar jou. Vooral als we je in de waan willen laten dat alles oké is voor we dat laatste flesje over je T-shirt gooien.
  • Zouden we al wel eens kunnen lachen, maar dan alleen als het heel grappig is. Jouw grapjes hebben we op deze leeftijd nog niet door.
  • Maken we misschien al “Ooh” en “Ahh” geluidjes, vooral als er een tepel gesignaleerd wordt.

Week 6

Tegen week zes

  • Speuren we onze onmiddellijke omgeving misschien al af op zoek naar interessante dingen, denk schoenen (meisjes) of de afstandbediening (jongens).
  • Zijn we op een dag-tot-dag basis misschien wat meer voorspelbaar dan vroeger (net zoals die luier om 7 uur ’s morgens bijna zeker walgelijk is).
  • Kunnen we ons hoofd misschien al een paar minuten optillen als we comfortabel tegen je schouder leunen, zonder je kopstootjes te geven – tenzij je het echt verdiend hebt, natuurlijk.
  • Hebben we misschien al eens naar je gelachen (maar toen hadden we zeker iets nodig).
  • Slapen we misschien al wat langer aan een stuk – ook ’s nachts, als je echt veel geluk hebt.

Week 7

  • Ontdekken we waarschijnlijk hoe interessant onze handen wel niet zijn, waaraan ze vastzitten en met welke andere lichaamsdelen we nog zoal kunnen spelen.
  • Lachen we misschien al terug naar jou (want we weten intussen dat lachen de beste manier is om iets gedaan te krijgen).
  • Kunnen we bewegende objecten waarschijnlijk al volgen met de ogen.
  • Zouden we wel eens kunnen lachen als we het echt grappig vinden (maar doe het dan niet te subtiel).

Week 8

  • Beginnen we nieuwe objecten te onderzoeken, vooral dingen met een opvallend patroon (zoals dat T-shirt dat je van je schoonmoeder hebt gekregen – “Ik kan niet geloven dat je zoiets draagt.”).
  • Beginnen we ongetwijfeld te koeren en te kirren, al was het maar om al dat bezoek te paaien.
  • Produceren we misschien al wat geluidjes als antwoord op je vraag – geen echte woorden, natuurlijk, maar toch al het eerste begin van een conversatie.
  • Zijn onze nekspieren misschien al sterk genoeg om het hoofd recht te houden, los van je schouder.
  • Zijn we misschien al geïnteresseerd als je felgekleurde, eenvoudige tekeningen toont, zoals in ‘Clubkleuren: mijn eerste boekje’ (je kunt niet vroeg genoeg beginnen).

Week 9

  • Kunnen we al eens van opzij op dat speelgoedje slaan (of op de kat, als je niet kijkt).
  • Kunnen we misschien al op onze rug rollen.
  • Vinden we het leuk om met mobielen en activiteitentafels te spelen – als we maar kunnen graaien en grijpen (opgepast met dat bierblikje, dus).
  • Kunnen we al eens een poging doen om recht te staan (grapje!). Nu begint het pas!

Week 10

  • Lijken we voortdurend in beweging te zijn als we wakker zijn – komaan, zwaaien met die armen en benen! Jeehee!
  • Beginnen we stilaan te gieren van opwinding en plezier. Jeehee! Ieh!
  • Kunnen we ons hoofd misschien al 90° draaien om te kijken wat er op tv is.
  • Kunnen we onze arm al eens uitsteken naar iets wat we echt willen. Ja, dat wordt oppassen!

Week 11

  • Zijn we misschien al gefascineerd door het verschil tussen zwart en wit (hoewel we daar niks mee zijn bij het snookeren en kleur zoveel beter is).
  • Lachen we misschien al luidop en kunnen we al eens glimlachen zonder reden. Verontrustend, hé? Zit mijn baby mij hier nu uit te lachen?
  • Houden we je in het oog als je door de kamer loopt, vooral als je je verdacht gedraagt.
  • Ontdekken we hoe leuk het wel niet is om van die blazende ‘hprrr’-geluidjes te maken – vooral dan tegen de kat, die er de humor niet van inziet.

Week 12

  • Doen we misschien al een paar kleine push-ups.
  • Kunnen we waarschijnlijk al van onze rug op onze zij rollen.
  • Is luchtfietsen onze nieuwe hobby.
  • Zijn we overduidelijk klaar voor dat fitnessabonnement.
Waarom baby spelletjes zijn.

Week 13

  • Beginnen we de dingen stilaan in perspectief te zien (Nee, niet wat jij denkt – dat komt pas na mijn tienerjaren). Ik bedoel het letterlijk: we kunnen stilaan vertellen of iets voor onze neus staat of aan de andere kant van de kamer.
  • Houden we waarschijnlijk onze schouders – en ons hoofd en onze nek – recht. Maar voor “Rechtzitten aan tafel!” is het nog wat te vroeg.
  • Kunnen we al tegelijkertijd lachen, leuteren, met de voeten trappelen en met de handen zwaaien. Doe dat maar eens na!
  • Passen we ongetwijfeld niet meer in die eerste babykleertjes en hebben we waarschijnlijk een groter autozitje nodig en misschien ook een grotere buggy.

Week 14-16

  • Beginnen we waarschijnlijk al te babbelen met jou – zonder echte woorden natuurlijk, maar je weet gewoon dat we het over echt belangrijke dingen hebben.
  • Beginnen we wel eens te huilen als je uit het zicht verdwijnt (waar blijft dat eten nu toch?)
  • Schenken we jou onze grootste en mooiste glimlach. En vergeet jij op slag al die slapeloze nachten.
  • Kunnen we op een welbepaald moment van de dag (of midden in de nacht) heel alert en wakker zijn.

Maand 5-6

  • Lachen we met jouw gekke bekken (of gewoon met jou, natuurlijk).
  • Steken we misschien onze armpjes al in de lucht als we opgepakt willen worden.
  • Spetteren we in het rond in bad, vooral als je zegt dat dat niet mag.
  • Luisteren we misschien al naar wat je zegt en proberen we de woorden te imiteren – oppassen, dus.
  • Kunnen we misschien al zitten met wat hulp. Ja, zelfs minder hulp dan jij nodig had om je recht te houden op dat laatste feestje.
Kijk een hier voor leuke spelletjes voor als je baby groeit.

1 Comment

  1. Pingback: De ontwikkeling van je kindje | De ontwikkeling van je kindje - papaworden.be | voor aanstaande en jonge vaders

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met RobONTWERPT