Zorgen over vaccinatie

zorgen over vaccinatie
In de eerste levensjaren krijgt je kleintje verschillende prikjes om hem te beschermen tegen ziekten. Veel ouders zien op tegen deze momenten omdat de kleintjes huilen, hangerig en koortsig worden. Maak je je zorgen over vaccinatie? Lees dan zeker even verder.

zorgen over vaccinatieErvaringen met zorgen over vaccinatie

Te zien hoe het naald in de huid van de baby gaat, is niet voor elke ouder even gemakkelijk. Door over elkaars ervaringen te praten, proberen ouders zich moed in te spreken en adviezen ter harte te nemen. De ervaring leert dat de prikjes voor ouders meestal erger zijn dan voor het kindje. Veel kinderen brullen of huilen enkele seconden en vergeten daarna het moment.

Door het plekje goed te masseren, is de baby al goed geholpen. Als ouder kun je thuis uit voorzorg nog wat paracetamol zetpillen in huis hebben. Maar het beste advies aan ouders is om gewoon jezelf te blijven, omdat je kind je stress aanvoelt en daardoor ook gespannen raakt. Dus eigenlijk hoef je je geen zorgen over vaccinatie te maken.

Vaccinatie met antistoffen

De prikjes die je kindje krijgt, moeten niet alleen hem, maar ook anderen in het land beschermen. Het gaat veelal om zeer besmettelijke ziekten die gauw op iemand anders kunnen overgaan als je niet bent gevaccineerd. Doordat je kindje een prikje krijgt, wordt hij een klein beetje besmet met stoffen die lijken op het ziektevirus. Zijn lichaam gaat het tegen die stoffen opnemen en beschermingsstoffen maken. Als je kind wanneer hij groter wordt, in aanraking komt met het echte virus, dan zal zijn lichaam die stoffen herkennen en heel snel erop reageren door antistoffen te maken. De belangrijkste ziekten waartegen er wordt gevaccineerd zijn difterie, tetanus, kinkhoest en polio.

Risico’s van vaccinatie

Je zult je afvragen waarom de prikjes zo vroeg moeten beginnen. Daar is een reden voor. Wanneer een baby wordt geboren, dan heeft hij al heel veel antistoffen tegen infecties in zijn lichaam. Maar deze beschermen hem niet tegen alle ziekten, de mamma heeft immers niet alle infecties doorgemaakt.

Dit betekent dat je ook niet alle antistoffen door gegeven worden aan je kind, omdat het niet mogelijk is. De antistoffen die je kind mee heeft gekregen zijn na twee tot drie maanden uitgewerkt. Krijgt de baby borstvoeding, dan gaat het nog even door. Maar de stoffen zijn niet genoeg om je kleintje te beschermen. Vandaar dat de baby zijn eerste prikje krijgt wanneer hij twee maanden is. Door je baby niet bloot te stellen aan de echte ziekte, behoed je hem voor fatale risico’s.

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met RobONTWERPT