Generale repetitie

Generale repetitie
Het is een eeuwige natuurwet: voor hij zelf vader wordt, weet geen enkele man als vanzelf hoe hij een baby moet vasthouden. We zijn een voor een gorilla’s die een Stradivarius in bed stoppen, terwijl we er hopeloos proberen uit te zien alsof we weten wat we doen.

In het verleden heb ik het wel eens meegemaakt, je kent dat wel: op bezoek gaan bij kersverse ouders die nog volop in de ‘bewonder-onze-lieve-schat-toch-eens’-modus zitten en hun baby trots jouw kant op sturen (een beleefde “Nee, bedankt”, alsof de gastheer en gastvrouw een schaal nacho’s met guacamole doorgeven, is hier helaas nooit een optie).
Generale repetitieEn dus heb ik twee strategieën uitgedokterd:

  1. Eerst steek je een hand onder elke ieniemienie, schommelende oksel en dan hijs je de arme stakker omhoog tot op oogniveau – dan spreek je hem rechtstreeks aan, terwijl je de hele tijd oogcontact houdt: zo laat je mama en papa zien dat je allesbehalve bang bent. En dat gaat perfect zo, tot je armen het begeven of je arsenaal aan babywoordenschat je in de steek laat, beide gebeuren verbazingwekkend snel.
  2. Mijn plan B: de buiksprekerhouding, met de mantra van onze vroedvrouw – “hou altijd baby’s hoofdje vast” – in het achterhoofd. Je zet de arme stakker recht op je schoot en klemt z’n hoofd zo stevig vast, dat hij waarschijnlijk denkt dat hij terug in het geboortekanaal zit.
Gek genoeg rept Kind en Gezin hier met geen woord over. Dus toen een stel vrienden vorige week vroeg of mijn vrouw en ik niet wilden babysitten terwijl zij naar de film gingen, leek het een gedroomde kans om mijn baby-op-schoot-angst te overwinnen in een ontspannen omgeving. Bovendien zou die generale repetitie met kleine Robbe een geweldige praktijkoefening zijn in papjes geven, verschoon luier en bedtijd. En voor zover ik weet, is dat zowat alles wat een dreumes van zes maanden doet, buiten wat occasioneel gegiechel als er weer eens autosleutels voor zijn neus worden gezwaaid.

‘Ouderschap: take 1’ begint veelbelovend. Robbe’s mama heeft flesvoeding – een lekkere milkshake met een niet zo smakelijk melkachtig kleurtje – achtergelaten voor het avondeten en hij slokt het hele flesje naar binnen met de wazige ogen van een melkjunkie. Buuurrrp! Flinke jongen! Te flink, eigenlijk: binnen de kortste keren spuit het spul er langs de andere kant weer uit – het ziet er nu niet meer zo smakelijk uit en er scheelt ook iets met de geur.

Mijn vrouw heeft een paar jaar geleden eens een luier verschoond, en dus neemt zij dapper die taak op zich. Ik geef intussen allerhande kleertjes aan, en dreun de benaming operatiekamergewijs af. Dit gaat veel te goed (een paar operatiemaskers waren nochtans handig geweest) en Robbe heeft nog geen traan gelaten. Wat een superbaby! En wij zijn gewoon voorbeeldouders! High five, schat! Oké, laten we onze kleine man baby bed en dan kunnen wij nog wat voor tv hangen tot ze terug zijn.

Drie oorverdovende uren later komen onze vrienden thuis en hang ik ineengezakt in de zetel, terwijl ik hun huilende baby zoon zachtjes heen en weer wieg. Maar ik lijk meer op Rain Man dan op een toegewijde stand-in papa. En vrouwlief? Die zit opgerold naast mij, compleet uitgeput. Terwijl de professionals een mooi staaltje bedje-dada-techniek laten zien (een berg knuffels, zachtjes murmelen, geen bruuske bewegingen), bedenken wij deemoedig en met veel respect dat we nog veel zullen moeten oefenen voor we dit onder de knie hebben – zo’n zes maanden, zelfs. Maar ik heb mijn angst om baby’s vast te houden overwonnen. Alleen durf ik ze nu niet meer neerleggen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met RobONTWERPT