Prenataal onderzoek

Prenataal onderzoek

Bij prenataal onderzoek wordt tijdens de zwangerschap onderzocht of er een verhoogde kans is dat het kindje wordt geboren met een aangeboren afwijking of een erfelijke aandoening. Bij het prenataal onderzoek wordt een kansberekening gemaakt met behulp van een aantal methoden als de echografie, bloedonderzoek (triple-test) of vruchtwateronderzoek.

In België worden naar schatting jaarlijks zo’n 3.000 kinderen geboren met een erfelijke of aangeboren afwijking. De helft hiervan wordt tijdens de zwangerschap al gediagnosticeerd, de andere helft pas later. Een op de tien kinderen behoorde tot een risicogroep omdat er al erfelijke aandoeningen bij familieleden waren vastgesteld voor de geboorte. 


 Prenataal onderzoekWanneer onderzoeken?

Specifiek prenataal onderzoek zal dus vooral worden uitgevoerd bij koppels die behoren tot een risicogroep, zij kunnen zich laten doorverwijzen naar het ziekenhuis voor een prenatale screening. Daarnaast wordt dit soort onderzoek ook gedaan wanneer de zwangere vrouw ouder is dan 35 jaar of als er een mogelijke afwijking is gezien tijdens de echo. Prenataal onderzoek wordt echter alleen uitgevoerd als er een verhoogd risico is op een kindje met een genetische afwijking of als er een verhoogd risico op een miskraam is.

Een weloverwogen keuze

Wanneer je tot een risicogroep behoort, door bijvoorbeeld de leeftijd van de mama of eventuele risicofactoren in de familie, zal een arts of vroedvrouw meer informatie gaan geven over verder onderzoek en de mogelijkheden om afwijkingen op te sporen bij je ongeboren kindje. Als ouders kies je er zelf voor om de onderzoeken al dan niet uit te laten voeren en verder te kijken naar de eventuele aandoeningen bij de baby. Het is hierbij belangrijk om goed na te denken over de voor- en nadelen die komen kijken bij prenatale testen.

Bedenk ook heel goed wat je als ouders zou doen als er een nadelige uitslag uit de testen komt. Tijdens de echografieën kan worden gekeken naar bepaalde kenmerken voor  een aandoening en met een bloedonderzoek bijvoorbeeld naar het syndroom van down. Dit gebeurt door de nekplooimeting bij de echo na 10-14 weken, waarbij een dikkere nekplooi kan duiden op een afwijking, maar ook tijdens de 18-20 weken echo waarbij wat gedetailleerdere kenmerken kunnen wijzen op aandoeningen.

Echografisch onderzoek zal echter altijd een kansbepaling zijn, en nooit 100% zekerheid geven over de afwijking of een juist volledig gezonde baby. Bij de verdenkingen van een aandoening kan dit enkel worden bevestigd door een vlokkentest (vanaf de 12e week) of vruchtwaterpunctie (vanaf de 16e week).

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met RobONTWERPT